Leon Adriaans boer en schilder.
Eerst vond ik er niet zo veel aan. Schilderijen met slordige voorstellingen kosten de estheet in mij op de een of andere manier nogal wat energie. Maar wat me wel gelijk opviel was de aanstekelijke vrijheid die er uit sprak.
De eerste relatie kon ik leggen met een heel eenvoudige voorstelling van een geel figuurtje en drie gele vierhoeken.
Kijk. Kleur en vorm, dat snap ik.
Wie of wat kon ik niet duiden, maar daar heb ik dan weer nooit zo’n moeite mee.
Als iets in mij gaat zingen dan zingt het, nietwaar.
Naderhand begreep ik dat het de schilder is.
De schilder aan het werk in zijn schuur ‘s nachts.
Want overdag werkt hij op het land.
Zijn schilderij ligt op de vloer.
Door twee ramen valt het licht van de maan naar binnen.
Het is de kleur van maneschijn.
De schilder op zijn knieën, samenvallend met zijn doek.
Het is een levendige opstelling van kleine en grote schilderijen. Hoe langer ik ernaar keek, hoe enthousiaster ik werd.
De eenvoud van zijn vormentaal, de kleuren en zijn concepten. De radicaliteit ervan ook, volkomen onbehaagziek om zo te zeggen.
In zijn schilderijen zien we hem aan het werk. De dingen die hem omringden.
We zien stoelen, paarden, bijlen, koffiepotten en bomen. En ramen. Een heleboel ramen.
Die waren belangrijk voor hem.
Ik denk dat hij schilderijen als ramen zag: ze tonen ons een blik op een wereld buiten ons. Tegelijkertijd brengen ze licht in onze eigen wereld.
En dat is precies de ervaring die ik bij deze schilderijen had.
Leon Adriaans t/m 13 november in galerie de Zaal Delft
zeg ook 's wat
Ik vind het mooi!!! Vooral die opstellig.
Commenting is not available in this weblog entry.